IJslandse
paarden stammen rechtstreeks af van het Europese oerpaard. Vanaf 800 na Chr.
treft men deze paarden aan op IJsland. De
Vikingen namen n.l. paarden mee van de Engelse eilanden en uit west
Noorwegen. In de strenge en harde winters
stierven veel van deze paarden, waardoor alleen de sterkste overleefden.
Onderzoek bewijst dat het ijslandse paard vrijwel identiek is aan die
Vikingpaarden. Rond 1100 wordt door het IJslandse bestuur
een invoerverbod voor paarden ingelast
wat het IJslands paard het enigste ras maakt zonder invoeging van enig ander
bloed in de afgelopen 900 jaar.
Deze maatregelen hebben er o.a. voor gezorgd dat de gangen, tölt en telgang,
bewaard zijn gebleven.
Verschijning
IJslanders zijn kleine, compacte
sterke paardjes van het ponytype. Ze zijn over het algemeen sterk genoeg om
een volwassene te dragen.
De schoftmaat meet meestal tussen 1.30m en 1.45m.
Meestal hebben ze vrij dikke manen en staart en in de winter een enorme wollige
wintervacht.
Bijna alle kleuren komen bij deze paardjes voor.
Van vos en bruin tot aan bont, isabel, wildkleuren en zilverappel (zie foto
onderaan).
IJslanders hebben een langzame ontwikkeling en kunnen pas volledig
ingereden worden vanaf vijf jaar.
Het geduld op te brengen voor je een
IJslander gaat rijden loont zich wel; ze kunnen namelijk erg oud worden
en paarden van 25 + die nog normaal gereden worden zijn geen uitzondering.
In verhouding tot andere (warmbloedige) rassen lijken er onder de IJslanders
veel paarden aan 'Zomereczeem' te leiden. Dit is dan
ook zeker iets om
rekening mee te houden bij de aanschaf/keuze van een paard.
Aard
Over het algemeen zijn IJslanders zeer
sociaal naar andere paarden en mensen.
Ze lijken soms wat introvert en ongeďnteresseerd totdat ze een zadel op
hebben !
In omgang zijn ze meestal erg ongecompliceerd en vriendelijk.
Het z.g.n. 'ijslandse vuur' laat zich onder het zadel vaak zien in de vorm
van een grote voorwaarste drang en looplust en zoals een 'pony' betaamt ook
een redelijke eigenwijsheid.
Gangen
Buiten de drie basisgangen 'stap',
'draf' en 'galop' hebben de Ijslandse paarden nog één of twee andere
gangen.
Men spreekt dan ook van een vierganger of een vijfganger.
(zie ook de
filmpjes van de
IJslanders in beweging)
De vierde gang is tölt en veel paarden hebben daarnaast nog het vermogen om
te kunnen telgangen. Fokdoel is een viertakt tölt in verschillende tempi
(IJslanders kunnen, mits goed getraind, veelal een hoog tempo halen in tölt)
en een zeer snelle rentelgang.
Deze rentelgang (laterale beweging) kan een paard niet lang volhouden en
alleen op een recht stuk maar ze kunnen dan ook zeer hoge snelheden
bereiken.
Een langzame telgang (schweinepass) is niet gewenst en leidt tot/is gevolg
van stijfheid.
Make
Life a Celebration, Ride Icelandics for Recreation!!
(Kijk voor meer IJslands Paard bij:(web)adressen, de
foto/file sectie en misschien bij de advertenties.)